
Wet verontreiniging oppervlaktewateren
Artikel 31a
1
Voor lozingen, waarop de in artikel 1, tweede lid, bedoelde algemene maatregel van bestuur betrekking heeft en die op het tijdstip van het in werking treden van die algemene maatregel van bestuur plaatsvinden, dient binnen één jaar na dat tijdstip een vergunning te worden aangevraagd.
Deze lozingen kunnen voor de duur van de hiervoor bedoelde termijn op dezelfde wijze en in dezelfde mate worden voortgezet, en, indien binnen die termijn een aanvraag voor een vergunning is ingediend, gedurende een jaar nadat de op die aanvraag genomen beschikking onherroepelijk is geworden. Artikel 9, is van overeenkomstige toepassing in geval van gehele of gedeeltelijke weigering van de vergunning.
2
In afwijking van het eerste lid wordt een op grond van een gemeentelijke lozingsverordening verleende vergunning voor de toepassing van deze wet aangemerkt als een vergunning als bedoeld in artikel 1, eerste lid, mits die gemeentelijke vergunning daartoe aan het bevoegde gezag is overgelegd binnen één jaar na de inwerkingtreding van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 1, tweede lid, waarbij de desbetreffende stof of soort van inrichting voor de eerste maal is aangewezen.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.